De Merel

Met vrienden die vijftig worden kom je weer oude bekenden tegen, die je soms vijfentwintig jaar of meer niet hebt gezien, maar daar zijn ze opeens en sommigen zijn heel weinig veranderd. Oude tijden herleven. Vroeger schreef je van die leuke stukjes, hoorde ik van verschillende kanten, waarbij de vraag ‘en nu dan?’ onbedoeld in de lucht bleef hangen.

Ik zocht in de kelder m’n archief op en wat schreef ik? Ik wilde bij een studentenvereniging in de filmcommissie, maar er was geen plaats, dus werd ik penningmeester en toen ik over het geld ging was ik daar opeens wel welkom. Etc. Leuk? Ja. Meestal wel. Soms hilarisch. Maar ook dingen die nu absoluut niet meer kunnen. Ik moest wel altijd m’n eigen podium creëren, jubileumboekjes, speciale uitgaven etc. Geen droog brood mee verdiend. Wel veel lol gehad.

Later zat ik in de tuin onder de pergola te lezen. Op één van de houten balken boven me streek een merel neer, met een torretje in de gele snavel. Neerziend op het nest een paar meter verderop, kijkt zo’n vogeltje even of er geen katten in de buurt zijn en vliegt dan door om de jongen te voeden. Ik geloof dat het ‘t mannetje is, dat dat werk doet.
Het was een moedige plek voor een nest, want onze tuin is een doorgangsroute voor katten die van het parkeerterrein áchter naar de straat vóór lopen. En merels zoeken hun eten op de grond.

Hoi, zei de merel tegen me. Daar keek ik van op. Ik zag de vrije val van het torretje dat eindigde als versnapering in een spinnenweb.
Ik complimenteerde de merel met het prille gezinnetje.
Dat is jou niet gelukt, zei de merel.
Ok.
Ja, dat had wat meer voeten in de aarde, dan bij jou, zei ik, maar zag dat de merel een beetje glazig keek; het kopje met het gele snaveltje ging een beetje vragend heen en weer en ik begreep dat de beeldspraak aan het beestje voorbij ging.
Er viel een korte stilte.
Denk jij nou ook, zei de merel, dat alleen afschaffing van de inhoudingsplicht pas echt een administratieve lastenverlichting voor werkgevers zal betekenen?
Mijn slipper trof een lege plek op de houten balk en het beestje was snel weg geweest want ik heb maat 46.

Even later zat het op de nok van het huis van de buren het hoogste woord te kwetteren en naar beneden te kijken. Zo zijn merels.
Op dat moment kwam een grijs gestreepte kat aangestapt, die parmantig op een veilige afstand ging zitten en zei: is het waar dat hier ergens een vogelnest zit? Het was de kat die vaker om ons huis loopt, een pootje op de lage vensterbank van de woonkamer zet en dan even naar binnen kijkt.
Aan de merel denkend aarzelde ik even maar zei toch, met een wild gebaar de kat verjagend: dat ga ik jou niet vertellen. Okee, okee, zei de kat en maakte zich op een drafje uit de voeten.

Een paar dagen later kwam ik ’s middags thuis en trof onder het nest een dode merel aan. Het was geen jong. Ik bekeek het lijkje en alleen aan de zijkant van het kopje was een wond, zodat ik concludeerde dat het niet door een kat was gedaan, ook omdat het pal onder het nest lag. De laatste tijd hadden er ook eksters en kraaien in de buurt gezeten. Ik begroef de merel op de plaats delict. Ik hoopte dat de omzet van de salarisafdeling voorlopig was gered.
Die avond hoorde ik een hoop gescharrel in de tuin en zag ik een egel die door de bladeren wroette. Ik vond dat het beste bewijs dat reïncarnatie bestaat en ook heel snel kan plaatsvinden. Op de foto die ik maakte was dat duidelijk te zien.
Dit jaar nestelden de merels bij de buren in de vuurdoorn naast de keuken. Een paartje zocht voedsel onder onze appelboom en onze tuin is nu de aanvliegroute. Ondanks de katten.


***
Martin Links, juni 2015

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.