De snelste weg per fiets

Het NRC had vandaag een prachtig stuk over Utrecht als fietsprovincie en de drukke fietsspits in het centrum van de stad. Daar stond een kaartje bij dat ik niet zo goed begreep, omdat de snelste weg blijkbaar met een boog is. Voor de auto geldt dat misschien, maar met de fiets zou ik dat afraden.

De wolf is terug (2)

De terugkeer van de wolf heeft vandaag de filosofie bereikt. In haar column in de Volkskrant haalt de filosofe Marjan Slob een Britse collega, Thomas Hobbes, aan die zei “De mens is de mens een wolf”, waarna ze via weerwolven en terugkerende IS-strijders bij Franciscus van Assisi uitkomt, die (apocrief) met de dieren sprak en tegen de wolf zei: “Broeder, ik ken uw honger.”

Weerwolven: De wolf is terug in Nederland en de maan was vorige week voller dan ooit, is dat toeval? Op de foto de maan boven De Meern, gezien vanaf Castellum Hoge Woerd.

Honger: De wandeling naar het klooster Errero delle Carceri en dan terug naar Assisi over de Monte Subasio is canoniek qua wandelbijbel; Umbrie wordt niet voor niets het hart van Italie genoemd. In Assisi, na een bezoek aan de Basiliek van St. Franciscus, het klimmetje naar het voormalige kasteel niet vergeten en vervolgens dineren op het terras van Di Properzio, met uitzicht over stad en streek, en dat hart van Italië wordt tastbaar en de smaak onvergetelijk. (Geef me een plaats in Italië en ik denk aan het eten daar, of de plaatselijke wijn, wie is dan de wolf?)

De wolf is een wild dier, en de kans dat je er een tegenkomt is misschien even groot als het winnen van een loterij, maar vraag het de Canadees, die op gezette tijden een zwarte beer door de tuin ziet kuieren, of de vrouw uit Alabama, die een vioolspin of zwarte weduwe in het keukenkastje tegenkomt, het Franse gezin dat graag die schattige cheetah wil aaien, of de Australier die een zeldzame Taipan treft: je moet er mee weten om te gaan als ze even hun schuwheid verlaten, en om dat te weten moet je er mee zijn opgegroeid.

Zonder die ervaring is het wilde dier (en ook die gevluchte IS-strijder) een vreemde voor ons geworden waarvan we alleen kunnen gissen naar de honger. Sprookjes wijzen daarin niet de weg, maar het is een kwestie van onderzoeken en stap voor stap leren om die ervaring weer op te doen. De vraag is of je als maatschappij dat risico wilt nemen, of genoegen neemt met een reactieve overheid, die pas maatregelen neemt als iets verschrikkelijk misgaat. En: zijn wilde dieren wel gevoelig voor repressieve tolerantie?

Even slikken

Over m’n lichaam heb ik de laatste tijd veel geleerd en niet alles is even mooi daarbinnen. De namen van die onderdeeltjes zijn er dan ook naar. Neem het woord slijmbeurs, dat als je het goed bekijkt wel precies klopt, maar oppervlakkig gezien lijkt het alsof er iets op een glibberige manier wordt verhandeld.

Gelukkig is er de buitenkant nog, waar dan weer niet iedereen het mee eens is, maar dat mag.

Over de binnenkant is weinig twijfel mogelijk. Dat wordt vastgelegd met een röntgenfoto, echo of desnoods een mri-scan. Wel eens een echo gezien? Er zijn dus mensen die van die grijze vlekken iets kunnen maken. Heel knap.

Zo werd er ooit bij me een niersteen gevonden die zich helemaal had verscholen, wat ik best snap; wilde niet op de foto, dook weg voor de echo, maar werd uiteindelijk gegrepen door een vergruizer, waarna er weinig van reste.

Toen ik de niersteen net had liep ik krom van de pijn bij mijn huisarts binnen. Ze keek even naar me en zei: oh, kleine niersteen, want ik liep nog en als de steen groter was geweest had ik op de grond gelegen en hadden ze iemand met een verdovingsspuit langs moeten sturen.

Die niersteen had buiten m’n schuwheid ook m’n natuurlijke traagheid overgenomen. In mei aangetroffen, in september na een lang pijnlijk proces in stukjes naar buiten gekomen. Met een tik tegen het porselein van de toiletpot geschoten…en ik was zo blij. Eerst heb ik er een foto van gemaakt en daarna heb ik het in een leeg pestopotje gedaan en in het ziekenhuis bij het lab afgegeven. ‘Ik heb een cadeautje voor je,’ zei ik nog tegen de assistente.

Sommige grappen moet ik niet maken. Na een onderzoek bij de oogarts, waar een gekleurde stof in m’n ogen werd gespoten, vroeg ik de knappe assistente waarbij ik een nieuwe afspraak moest maken, of ze wilde kijken of er nog iets van die kleurstof was achtergebleven. Ze begon hard te lachen maar zag m’n onschuld en zei, nee hoor meneer, er zit niets meer. In een oogziekenhuis kijken ze niet meer op van grappen over ogen.

Bij mijn huisarts is tegenwoordig het antwoord op alles: houding. De slijmbeursontsteking die maar niet weg ging kwam omdat m’n houding, voorovergebogen, niet goed is. Hetzelfde bij mijn kortademigheid: omdat m’n houding niet goed is, gebruik ik m’n longen niet volledig.

Ik belandde bij een heel knappe fysiotherapeute die me ademhalingsoefeningen gaf. Ze was getrouwd met een militair. Op zich misschien niet zo handig om voor de behandeling van hyperventilatie naar een adembenemende vrouw te gaan, maar het is wel goed voor de discipline waarmee je de opgegeven oefeningen doet.

Nu heb ik een fysio die niets moet hebben van de houding-hype. “Misschien past dat wel bij je, heb je altijd al een beetje een kromme rug gehad,’ zei ze. En warempel, toen ik terugkeek naar foto’s van toen ik een jaar of twintig was, zat er ook al iets van een kromme houding in.

Nu doe ik toch maar aan yoga om m’n houding beter te krijgen. En ik doe nog de oefeningen die ik in een eerder stadium heb geleerd: een kwartier op bed zitten en, met je ogen dicht, onder uit je longen ademen; en een kwartier lang uitgestrekt op een matje met een opgerolde handdoek tussen m’n schouderbladen. Terwijl ik daar mijmerend lig denk ik dan: wat kan me nog gebeuren: ik werk aan m’n houding.

 

Martin Links

De Meern, december 2016; bewerkt december 2018

 

De wolf is terug…

Nu de wolf zich weer vestigt in ons land, zullen Roodkapje en haar familie ook snel komen. Vervolgens wordt het lied met de dolle rit van drs. P. (troika hier, troika daar) ook vanzelf weer waar.

Geruststellend is misschien dat een Nederlandse jager in Duitsland een wolf heeft doodgeschoten, omdat het dier ‘zijn jachthonden aanviel en niet van wijken wilde weten’, een vredesoverleg dat blijkbaar uit de hand liep. Zouden er in Nederland schapenboeren zijn die zich ook zo’n ongelukje wensen?

Elke keer dat ik zo’n wolvenbericht lees komt onwillekeurig de muziek van Prokofiev boven; het stuk Peter en de Wolf, grijsgedraaid toen ik klein was, waarschijnlijk nog op 48 toeren. Het gaat over het jongetje Peter dat na wat angstige momenten op een listige manier de wolf in zijn achtertuin vangt. In het stuk heeft elk personage of dier een eigen muziekinstrument, ook de kat (klarinet), de eend (die door de wolf werd opgegeten; hobo) en het vogeltje (dwarsfluit); de grootvader (fagot), Peter zelf (strijkers) en niet te vergeten de wolf (hoorns) en de jagers (pauken). Op een of andere manier maakte dit stuk meer indruk op me dan Carnaval der Dieren van Saint Saens, dat in die tijd ook veel op stond, maar waarvan de muziek me bijna niet is bijgebleven. Wikipedia meldt dat de proloog van Disney’s Belle en Het Beest op een deel van dit stuk is gebaseerd. Dat is dan een sprookje waarin Roodkapje weer wat ouder is (maar misschien wat hardleers).

De muziek van Peter en De Wolf blijft dan een tijdje in m’n hoofd hangen, een beetje zoals Carnaval van De Efteling, maar dan zonder de irritatie.

De (over- over- over- over….groot-) opa van Jesse Klaver

Als in dit jaar de 230ste verjaardag van de Franse Revolutie van 1789 wordt herdacht, komt vaak ook in één adem de kleine revolutie van 1830 voorbij, misschien vanwege een beroemd schilderij van Jean Schnetz: Combat près de l’Hotel de Ville (1830)*. Dat schilderij intrigeert me omdat ik in één van de figuren op de barricade Jesse Klaver herken. Zou het echt kunnen?…Van het schilderij is dit de uitsnede:

Het gaat om de man met het geweer. Ik heb er nog een keer naar gekeken en volgens mij is hij het echt. Toch?

 

 

*

(bronvermelding)

 

Dé vraag van 2019

Naar ik begrijp was dé vraag van 2018, in het kader van famous first lines: Zou je me naar links of naar rechts swipen?’

In 2019 wordt het niet zozeer de vraag wie er met je meekijkt als je aan het swipen bent, maar op welke dag het zal zijn dat je Tinder of Second Love opent, en dat blijkt dat er al veel voor je geswiped is op basis van je persoonlijke swipehistorie.

Laat je verrassen in 2019.

Heilige Huisjes

Het bericht dat de kerken in Nederland leeg lopen kan nauwelijks nieuws meer heten, toch brengt Trouw dat bericht deze week weer eens.

Bijzonder is dan dat bij ons in de buurt twee nieuwe kerken verrijzen, op een afstand van ongeveer een kilometer van elkaar. Er wordt neem ik aan niet voor leegstand gebouwd.

https://i0.wp.com/nieuwbouw.leidscherijn.gkv.nl/images/impressienieuwbouw/ooghoogte%20entree.jpg?resize=419%2C171

De eerste nieuwbouw, aan de Alendorperweg, behoort aan een kleine Vrijgemaakt Gereformeerde gemeente en vervangt het oude kerkje dat inmiddels tot een woonhuis wordt verbouwd. Ik fietste daar wel eens langs als de kerkgangers buiten stonden. Je kunt op hun website zien dat ze razend enthousiast zijn over hun nieuwe onderkomen.

De tweede nieuwbouw, aan de rand van het Amaliapark is een Gereformeerde kerk, die van de Catharijnekade in hartje Utrecht komt.

Uit ervaring weet ik dat voor een kind de gang naar een kerk heel spannend kan zijn, zeker rond de Kerst, met alle sfeer en drukte, en alle verlichting. De lichtjestocht in De Meern, met zingende groepjes op het binnenterrein van Castellum Hoge Woerd en een levende kerststal in de kinderboerderij brengt dat gevoel weer terug.

De kerk uit mijn dromen heb ik een paar jaar geleden in Rijswijk teruggevonden. Ik was vier of vijf, en het is één van mijn vroegste herinneringen, van een wit kerkje in de sneeuw. We waren gehaast. Misschien waren er woorden gevallen, maar er vielen thuis eigenlijk nooit woorden. Wellicht was het een spannende tijd, waarin mijn ouders het allebei moeilijk hadden. Iets moet grote indruk op me hebben gemaakt. M’n jongste broertje was er net, denk ik. Het was ook niet onze vaste kerk, waar we ’s zondags meestal heen gingen. Het was een eenmalig bezoek aan een onbekend kerkje, vlakbij het magische Julialaantje, een oud weggetje waar grote landhuizen aan lagen, die de fantasie prikkelden, en waaraan het hertenkamp lag. De vroege herinnering heeft er een droombeeld van gemaakt. Ik heb het nog aan m’n vader gevraagd, maar die stond er niets van bij en zei: “Ma, die had het vast geweten”. Nu ik het kerkje terug heb gevonden, blijkt het destijds ook nieuw te zijn geweest.

Voorheen Chr. Geref. Moriakerk, Laan te Blothinge 2b, Rijswijk (bouwjaar 1961)

Op zoek naar mijn kerstgevoel kwam ik niet alleen de herinneringen uit m’n kindertijd tegen, en ook niet zozeer het oude sentiment dat het altijd Kerst zou moeten zijn, in sfeer, intenties en beleving (altijd vrede etc), maar ook het idee dat ik een paar jaar geleden had en dat ik eigenlijk al weer een beetje kwijt was: Namelijk dat Kerst volledig verkeerd in het jaar valt. Wie kón dat zo plannen? Zeker uit het plan- en budgetprogramma van *PIEP*.

Er is wel wat te zeggen voor een feest van licht in de donkerste tijd van het jaar, dan valt het licht het meest op, maar toch. En ik snap ook wel de logica achter het plan om heidense feestdagen in de christelijke kalender te integreren, zodat de overgang naar de nieuwe religie niet te groot is. Maar dat is een oud argument.

Kerst valt net in een tijd dat mensen vlak voor 1 januari een hoop werk af moeten hebben, in verband met veranderingen in het nieuwe jaar, en zorgt daarmee voor extra werkdruk bovenop de stress om het Kerstfeest goed te regelen voor familie etc. Verder gaat het er bij Kerst om een geboorte te vieren, nieuw leven dus, en alleen daarom al is het voorjaar een veel betere tijd voor Kerst. Ik denk aan half februari, maar misschien is half maart nog beter. De lente begint; alle groen loopt uit; in de natuur is nieuw leven in aantocht. Nú is het nog een lange, koude, donkere tijd van eind december naar het begin van de lente. Na het feest van licht volgt dan een periode van duister; eigenlijk kan dat niet. Half februari is er ook meer kans op sneeuw, aan de andere kant breekt half maart ook weer de zon voelbaar door. Ik zou dolgraag een keer barbecueën met Kerst in plaats van die eeuwige kalkoen, zonder daarvoor naar het zuidelijk halfrond te moeten reizen.

Pasen, Hemelvaart en Pinksteren verhuizen dan natuurlijk naar het najaar. Bijkomend voordeel: de periode waarin de kerken het nieuwe testament behandelen wordt veel langer, van drie naar zes maanden. Dan hebben ze daar meer tijd voor verdieping. En er zit meer ruimte tussen Sinterklaas en Kerst: minder cadeaustress! In de sectoren waarin ik gewerkt heb is het najaar ook een veel betere tijd voor feestdagen. Nu vallen er al zoveel in het voorjaar, voor de aangiftedatums.

Dan is dit toch ook mooi meegenomen: er kunnen allemaal oude liederen op de schop en er is plenty ruimte voor nieuwe liederen over Kerst.

Het lijkt me een win-win situatie.

Ik denk nog na over de juiste datum voor Oud en Nieuw, maar het lijkt me dat dat nog wel even zo kan blijven.

Kerst 2018

De kleine tengere man die me in het centrum van Doetinchem aansprak, naast de overvolle terrassen, had zéker het zwerversgen. Op intuïtie weet je bij het eerste contact al dat je met een ex-junk te maken hebt. De onderliggende ervaring is dat je op station Utrecht op één dag vier keer dezelfde junk tegenkwam met steeds op dezelfde manier dezelfde vraag. Met een zekere weerzin zal je nu ook de vraag om een euro gaan afslaan.

‘Mag ik jou iets vragen?’, en het wat verbeten ‘Nee, sorry’ op de automatische piloot. En waarom? Is het de onderdanige vraag, de hulpbehoevendheid die afstoot, of is het omdat mensen slaan op iets wat te dichtbij komt en waarin ze teveel van zichzelf herkennen?

George Orwell heeft het, als hij een Londense tramp uit de Crisisjaren beschrijft, over ‘een abjecte figuur, met een zwalkende loop, kromme rug en afhangende schouders, waaraan je kunt zien dat hij eerder een klap zal ontvangen dan één zal geven.(1) Murw geslagen en verslagen mensen. “Als zwervers slechter zijn dan andere mensen,”schrijft hij, “dan is dat het resultaat en niet de oorzaak van hun manier van leven.”

Enige tijd geleden stond een reportage in de krant over mensen met een hoge opleiding die alles kwijt raakten, dakloos werden en aan het zwerven gingen. De strekking was, dat deze mensen niet verwachtten dat zoiets met hen kon gebeuren vanwege hun scholing.

Misschien maakt opleiding juist naïef. Slimheid en intelligentie bieden geen garanties. Een academische titel maakt niet immuun voor tegenslagen. Een hoogopgeleide raakt niet aan de alcohol of andere drugs, krijgt geen depressies, verliest niet baan, vrouw en huis tegelijk, is de gedachte. Verbaasd en in verwondering toekijkend, gebeurtenissen op hun beloop latend omdat je niet gelooft dat het je kan gebeuren, en uiteindelijk te laat bij het zoeken van hulp. Of alles gedaan wat je kon om het onheil te voorkomen en dan verrast worden als toch gebeurt wat je al die tijd vreesde.

Naïviteit kan vaak een redding zijn, zoals Thomas Acda vandaag in het AD meldt, samen met zelfspot en relativeringsvermogen, maar in dit geval dus niet.

Maar waarom mensen uiteindelijk gaan zwerven? Met een sterk of zwak karakter heeft het niet te maken, onder zwervers komt beiden voor. Het is verleidelijk om het aan de genen te wijten, het zwerversgen, dat bij een samenloop van omstandigheden zwerven als resultaat geeft.

Ik kom uit een tijd dat er nog volop werd gelift, zeker door studenten, en dacht aanvankelijk dat zwerven een goedkope manier van doelloos reizen was. Mijn beeld van zwerven was gevoed door boeken waarin beginnend schrijverschap, alcoholisme of socialisme mensen voortdreef.(2) Ze sprongen op het dak van een trein om er duizend kilometer verderop pas weer af te komen in een nieuwe plaats waar misschien lag wat ze zochten. Drank en vrienden waren er in ieder geval. En de politieke discussie verbond beiden.

Zie in de ‘stomme’ zwart-wit films uit die tijd lange sombere, zwijgende rijen staan. Voor de legers zwervers in de jaren twintig en dertig, het gevolg van massa-ontslagen in een collectieve crisis, was het zwerversbestaan een eindstation. In de opvangcentra kregen ze net genoeg eten om niet te sterven, maar er van leven konden ze niet en ze verzwakten zienderogen. Ze scharrelden net genoeg geld bij elkaar voor een volgende slaapplaats en een waterig soepje. Die ontslagen troffen zowel arbeiders als witte boorden.

George Orwell vond in diepe armoede een motivatie voor zijn schrijverschap. Armoede kende hij zelf al: afkomstig uit de upper middle class, met een opleiding aan Eton, moest hij vaak uitgaven doen om zijn stand hoog te houden, waar zijn inkomen als schrijver lang niet voldoende voor was.(3)

In de huidige geïndividualiseerde maatschappij worden collectieve ontslagen juist een persoonlijke crisis, als iemand vol verbazing door de mazen van het sociaal vangnet valt. Het is die persoonlijke crisis die vervolgens de krant haalt. We lezen het verhaal van één mens liever dan een verhaal over een heel volk.

Voor de kleine tengere man die me in het centrum van Doetinchem aansprak, was zwerven niet meer een eindstation. “Kijk,” zei hij, “ik heb allemaal nieuwe kleding en het gaat goed met me. Ik ga werken.” En hij vroeg om een euro. Maar daar voegde hij aan toe dat hij de dag ervoor in een park in Arnhem nog door vier andere zwervers was beroofd. Dat was jammer, want hij zag er echt beter verzorgd uit. Hij sprak netjes, maar of hij hoog was opgeleid heb ik niet gevraagd. De toevoeging van de beroving verzwakte zijn verhaal, zodat ik hem de euro weigerde, op de afwijzende ‘ik echt niet’ manier waarop je zwervers meestal geld weigert. Vervolgens voelde ik me daar niet trots op, maar eerder licht geïrriteerd. Hij leek op de goede weg.

Ik liep door en nam de trein naar huis, op de gewone manier, niet door er bovenop te klimmen. In het boek dat ik las kwam de hoofdpersoon, een zeebioloog, een zwerver tegen die hem geld vroeg met een soortgelijke zwakke smoes en de bioloog zei: “Je verhaal is zo slecht, je zult het geld wel hard nodig hebben,” en hij gaf hem een paar dollar (4).

Dat kon dus ook.

Het verschil met mijn eigen ontmoeting was wel dat die bioloog de zwerver kende omdat hij hem wel eens een klusje liet doen voor zijn laboratorium, maar toch, die andere benadering beviel me ergens wel.

Op m’n werk vertelde ik van het voorval in Doetinchem en wat ik daarna in de trein las, omdat de combinatie me verbaasde, en de collega die tegenover me zat zei: “Je kunt het nooit goed doen. Als je geen geld geeft voel je er slechter door en als je wel geld geeft voel je je ook niet beter.”

Een keer op weg naar huis, langs de Leidsche Rijn, stond bij de Stadsdambrug een vrouw die de weg kwijt leek en toen ze me aansprak stopte ik, natuurlijk bereid de weg te wijzen. “Meneer,” zei ze, “Ik heb vijf euro nodig voor de nachtopvang en ik ben al zo moe omdat ik zwanger ben en ik moet nog zo’n eind.”

Ik keek naar haar, ze zag er heel moe uit, maar aan haar postuur kon ik niet zien of ze zwanger was. Misschien was ze alleen maar fors gebouwd. Ik besloot de vrouw het voordeel van de twijfel te gunnen. Ik wist niet of de nachtopvang in Utrecht geld kost, maar dacht aan de tramps in de jaren dertig in Londen, die van nachtopvang naar nachtopvang liepen en steeds een paar schilling moesten betalen, om vervolgens als vuil te worden behandeld, gaf haar de vijf euro en wees haar de weg naar het centrum. Ik had met haar te doen omdat ze eerst nog over de brug over het Amsterdam-Rijnkanaal moest.

Ik voelde me er eigenlijk niet slechter door.

In juni van het jaar daarop zou ik met m’n vader mee gaan naar zijn dermatoloog, in een kliniek op een industrieterrein in Doetinchem. Vroeg die ochtend, nog tijdens de spits, bleek op Utrecht Centraal de trein naar Arnhem niet te rijden; bij Wolfheze was er een persoonlijk ongeluk gebeurd. Bussen werden niet ingezet. Via Den Bosch moest worden gereisd. Op het perron bleek echter dat er ook geen treinen naar Den Bosch gingen door een storing. Op goed geluk pakte ik toch maar de trein naar Wolfheze en daar bleek dat er inmiddels wel bussen waren. De vertraging viel mee, eigenlijk had ik maar een half uur verloren.

Gelukkig ging het goed vooruit met m’n vaders huidaandoening.

Op de terugweg, nog trots op m’n pa; hoe helder hij in het gesprek met de arts was, en hoe rustig en duidelijk hij antwoordde en zijn vragen stelde, op zijn 90ste verdorie (ik zou het zelf niet beter doen), remde de trein bij de binnenkomst van station Ede-Wageningen plotseling en stond abrupt stil.

Via de intercom werd om een arts geroepen.

Na een paar minuten konden we de trein aan de achterkant verlaten, maar moesten langs de trein naar de uitgang van het station. Op gepaste afstand heb ik over de rand van het perron gekeken en zag hoe hulpverleners onder de trein naar het slachtoffer zochten.

Bij de bushalte van de streekbus naar Veenendaal stonden een paar meisjes die hadden gezien hoe de vrouw voor de trein was gevallen, de schok en de verdwazing nog in hun blikken, met hun woorden op zoek naar houvast in een onwerkelijke gebeurtenis, nog vol ongeloof.

Later was op internet te lezen dat het toch een zelfmoord betrof.

Het treinverkeer lag stil. Op een station verder bleek ook nog geen trein te rijden. De trein die er stond reed, zonder de deuren te openen, terug richting Utrecht. Op het perron, bij de kaartautomaat, probeerde een zwerver me voor een tientje een ov-chipkaart te verkopen. Mo was zijn naam. Hij liet zijn hand zien, waarvan de muis open lag en het roze vlees zichtbaar was. Hij had geld nodig voor het ziekenhuis. Zo kwam Slumdog Millionaire in Veenendaal-De Klomp. Ik duwde hem twintig euro in zijn gezonde hand, zo erg wilde ik van hem af zijn. Roepend dat ik een engel was maakte hij zich uit de voeten. Hij riep iets naar een andere junk en beiden verdwenen uit zicht.

Terwijl ik op de bus naar Veenendaal West wachtte zag ik hem weer en hoe hij uit vreugde in een lantarenpaal klom en zijn donkere vriend een paar danspassen maakte.

Geen moment spijt gehad van mijn twintig euro.

Nu geef ik de verkoper van Straatnieuws, die in ons winkelcentrum zijn vaste plek heeft, af en toe een paar euro, en soms gooi ik een paar munten in het bakje van een straatmuzikant. Die doen tenminste wat. Dan mogen ze een slecht verhaal, of een keer een gesprongen snaar hebben. Laat het zwervers zijn, soit.

En eerlijk gezegd voel ik me daar prima bij.

Voor Orwell gold dat hij door zijn kennismaking met zwervers zijn vooroordelen verloor: “Ik zal nooit meer denken dat zwervers dronken schooiers zijn en zal van een zwerver ook geen dankbaarheid verwachten als ik hem geld geef, en ook niet meer verbaasd zijn als het mensen zonder werk aan energie ontbreekt; ik zal ook geen lid worden van het Leger des Heils, mijn kleren verpanden, of een bedelbriefje weigeren (…). Dat is het begin.”

De basis bij de ontmoeting met de zwerver c.s. is eigenlijk de vraag: wat zou ik zelf willen als ik in die situatie zou verkeren? Maar omdat er zoveel mensen zijn die op straat een beroep op je goede wil doen, moet je daarin een keuze maken. Pas maakte iemand me heel eenvoudig blij met de opmerking, dat datzelfde ook voor vluchtelingen geldt: als je uit je huis wordt verdreven, dan wil je toch ergens, op een plaats waar vrede is, worden opgevangen? Door alle politieke debat was ik eigenlijk die basis al een beetje kwijt.

 

(1) Down and Out in London and Paris – George Orwell

(2) USA – John Dos Passos; On the Road – Jack Kerouac

(3) The Road to Wigan Pier – George Orwell

(4) Canary Row – John Steinbeck

 

Rondjes vliegen

De regering wordt het nog niet eens over vliegveld Lelystad, waarmee de opening in 2020 onzeker wordt. Enige tijd geleden stonden de voorgestelde vliegroutes in de krant en wat me daarbij vooral intrigeerde was de lus bij Lochem (hoe komen die vliegtuigen daar?).

Ik zou niet blij zijn met een vliegtuig dat steeds rondjes boven m’n woonplaats draait. Toen dit jaar een kleine wijziging in de routes van Schiphol plaatsvond, werd er plots veel meer gevlogen boven West De Meern, waar best wat over werd geklaagd. Hoewel de vliegtuigen al een redelijke hoogte hadden, waren ze tot in Oost De Meern goed te horen.