De Jeremiebrug

Ik ben blij dat ik naar de cursus Mobiliteit ben geweest ondanks m’n oververmoeidheid (goed is dat de docente aan het begin tegen snurken en slaapwandelen waarschuwt).

Die oververmoeidheid is het gevolg van een val van m’n fiets begin dit jaar, waardoor ik een schouderblessure heb opgelopen die m’n nachtrust breekt. Normaal zou ik dit misschien niet vertellen, maar er zit ook iets grappigs in: het bruggetje waarop ik onderuit ging heet de Jeremiebrug, een oud bruggetje dat een jaar geleden vanuit een ander deel van Utrecht is verplaatst naar m’n fietsroute. De naam van de brug klopt dus, proefondervindelijk getest. Brulbrug zou ook kunnen.

Ik dacht dat ik alle mogelijk gladde plekken op die route inmiddels kende, maar nee dus. Op een andere plaats, waar ik nu voorzichtig ben, zie ik ’s winters nog regelmatig een mountainbiker of een scootertje uit de bocht vliegen. Ik zat daar zelf een paar jaar geleden met m’n been onder m’n fiets gevouwen en weet nog, dat een schoolmeisje vroeg of het wel ging, en dat ik antwoordde dat alleen m’n ego gedeukt was.
In het park waar ik ’s ochtends doorheen fiets groeten de mensen elkaar en dat maakt het bijna dorps. Ook als ik in dat Maximapark hardloop groet iedereen elkaar: hardlopers, skaters, wielrenners, wandelaars. Dat maakt het dan toch een bijzondere plek.

Er zijn hier inmiddels zoveel huizen gebouwd dat ik wel eens vergeet dat ik in een dorp woon en een dorp verderop werk. Achter ons kantoor is in het oude gemeentehuis van Vleuten nu een stadskantoor van Utrecht. Dat is handig omdat het er nooit echt druk is. Ik was daar in december om m’n rijbewijs te verlengen; ik had nog zo’n roze vodje.
Vroeger liep je daar direct naar een balie. Nu is er een wachtruimte, waar je nummer wordt afgeroepen. Ik nam daar plaats. Er waren verder weinig mensen. Na mij kwam een moeder binnen met twee kinderen, die een paar plastic kuipstoeltjes verderop ging zitten en de kinderen gingen spelen. Na een tijdje kwam de beambte van de receptie achter zijn desk vandaan en vroeg aan de moeder of ze ervoor wilde zorgen dat de kinderen minder druk waren.
De vrouw was beduusd. De kinderen maakte bijna geen herrie, en dat vond ik ook. Er was echt niets aan de hand. Ze bleef beduusd.

Er slapen hier mensen, zei ik tegen haar.
Toen het muntje viel, zei ze: Ja, ja, dat is zo hè, hier bij de gemeente…De beambte ging terug naar zijn desk. De vrouw was er nog steeds niet helemaal gerust op.

Ik heb m’n rijbewijs wel normaal gekregen. Toen ik dit voorval aan een vriendin vertelde, zei ze: en die man stond er nog bij toen je dat zei? Lekker lomp is dat. Ze kent me al vanaf m’n studietijd.
M’n vader, die veertig jaar bij de gemeente Den Haag werkte en foto’s van (overwerkte) slapende collega’s mee naar huis nam, zei: Ja, ambtenaren horen te slapen, dat is het cliché, dat hoort zo. Hij moest lachen om de herinnering. Op bezoek bij een grote verzekeraar ontmoette ik een paar mensen die de conclusie bereikten dat het de ambtenaren zelf zijn die de grappen over collega-ambtenaren in stand houden. Ambtenarenhumor dus.
Ik denk overigens niet dat m’n val op de Jeremiebrug iets te maken had met m’n opmerking in die wachtruimte. Zo ver gaat dat (hopelijk) niet.

Martin Links (juni 2016)